afdrukken

Survey stadsmonitor

Voor een veertigtal indicatoren is door de onderzoeksploeg zowel in 2004 als in 2006 een uitgebreide survey in de 13 steden opgezet. Door middel van een telefonische enquête werden bijna 8.000 respondenten uit de 13 centrumsteden van 15 jaar en ouder bevraagd over de leefbaarheid en beleving van hun woonomgeving, buurt en stad. In 2006 werd reeds gewezen op de tekortkomingen van de telefonische enquêtes maar om de vergelijkbaarheid te garanderen werd toen opnieuw voor een telefonische enquête gekozen. Het gebruik van deze methodiek zorgt ervoor dat niet iedereen in aanmerking komt om bevraagd te worden: huishoudens zonder telefoon, huishoudens met enkel een privé nummer en huishoudens met enkel een gsm konden aldus niet gecontacteerd worden. Wegens een gebrek aan volledige en officiële lijsten van mobiele telefoonnummers wordt een groot deel van de bevolking in de steekproef ondervertegenwoordigd. Dit schaadt de representativiteit.

Analyses op de survey's van 2004 en 2006 geven aan dat heel wat van de vastgestelde verschillen enkel te wijten zijn aan verschuivingen in de respondentengroep. Verschuivingen in houdingen en opinies wijzen dus niet op een veranderde visie of mening bij de stedelingen. Dit zet de geldigheid van de metingen zwaar onder druk. Een nieuwe onderzoeksmethodiek drong zich dus op. Gezien het beschikbare krediet was een face tot face enquête in 13 steden uitgesloten. Een multimodale aanpak, waarbij postenquêtes zouden gekoppeld worden aan telefonische of GSM enquêtes, werd om methodologische redenen verworpen. Uiteindelijk werd - in overleg met de Stuurgroep - geopteerd voor een schriftelijke bevraging of postenquête bij een representatief staal van de stadsbewoners. De keuze voor deze methodiek brengt mee dat de resultaten van 2004 en 2006 niet vergelijkbaar zijn met 2008. Bovendien heeft onderzoek aangetoond dat respondenten anders reageren wanneer ze anoniem een schriftelijke vragenlijst invullen dan wanneer ze antwoorden op vragen die hen via de telefoon of face to face door een enquêteur worden gesteld. De percentages van de verschillende metingen vergelijken is dus niet mogelijk, wat wel nog kan is de relatieve posities van de steden onderling vergelijken. Een stad kan daarbij nagaan of haar positie er ten opzichte van de andere steden de voorbije jaren op is vooruit of achteruit gegaan. Een uitgebreide toelichting bij de afweging van de methodieken en een beschrijving van de postenquête is te vinden in het methodologische rapport van de survey 2008 dat hier kan worden geraadpleegd.

klik hier om HET METHODOLOGISCH RAPPORT voor de SURVEY te bekijken

Nieuw aan deze survey is ook dat steden - tegen kostprijs - extra bevragingen konden laten uitvoeren om zo zicht te krijgen op onderlinge verschillen binnen hun stad. Zowel Antwerpen als Turnhout hebben hiervan gebruik gemaakt. Zo beschikt Antwerpen over representatieve uitspraken op districtsniveau en heeft Turnhout zicht op verschillen tussen 7 door hen afgebakende wijken.