Het Charter van Leipzig is onder het Duits voorzitterschap aangenomen door de Europese ministers verantwoordelijk voor het stedenbeleid op 24 mei 2007.
De centrale boodschap in het Leipzig Charter is de noodzaak van “integrated strategies and coordinated action”. Inhoudelijk betekent dit dat, om het doel van duurzame steden te bereiken, verschillende beleidsagenda‘s in balans uitgevoerd moeten worden: sociale, economische en milieudoelstellingen moeten gelijktijdig nagestreefd worden.
De noodzaak tot een integrale aanpak stelt eisen aan de institutionele setting waarin het (Europese) grotestedenbeleid zich afspeelt. Alle bestuurlagen – lokaal, regionaal, nationaal en Europees – hebben belang bij gezonde steden en delen de verantwoordelijkheid voor het succes van steden.
Europa moet een algemeen kader opstellen waarin het stedelijke beleid kan plaatsvinden.
Europese structuurfondsen moeten beschikbaar zijn voor lokale projecten die de integrale aanpak omhelzen. Daarnaast kan Europa een grote rol spelen in het stimuleren en faciliteren van kennisuitwisseling tussen steden.
Op nationaal niveau, moeten de betrokken departementen beter samenwerken en kunnen financieringsstromen voor stedelijke ontwikkelingen het best gebundeld worden.
Europese steden (en stadsregio‘s) moeten integrale ontwikkelingsplannen opstellen. Het is aan de lokale overheden om de uitvoering van deze plannen te coördineren. Bij het opstellen van de plannen moeten zowel nationale, regionale als lokale overheden betrokken worden, net als belanghebbende burgers en private organisaties. Het Leipzig Charter benadrukt herhaaldelijk dat op lokaal niveau de vaardigheden (skills) ontwikkeld moeten worden, bij alle betrokken partijen, om hun rol met verve te kunnen vervullen.
Het Leipzig Charter noemt terreinen waarop het stedelijke beleid zich nu in elk geval zou moeten richten:
- Het aanpakken van achterstandswijken.
- Het verbeteren van de publieke ruimte.
- Het moderniseren van infrastructuur met een focus op energiezuinigheid.
- Beter onderwijs voor jonge kinderen en bijscholing voor werknemers.
- Beter en efficiënter openbaar vervoer in en tussen steden.