Context

Bestuurskundige context

Van bij het begin1 van het project ‘Stadsmonitor voor leefbare en duurzame Vlaamse steden’ is
gekozen voor een tweesporige aanpak. Op het eerste spoor stond de ontwikkeling van de monitor
zelf centraal. Op het tweede spoor werd parallel de bestuurskundige en beleidsmatige context voor het werken met een stadsmonitor onderzocht: in welke bestuurlijke context komt de stadsmonitor terecht? Hoe werkt die context door op het instrument en hoe kan zo’n instrument eventueel zelf beïnvloedendinwerken op die context?

klik hier voor het pdf-rapport over de BESTUURSKUNDIGE CONTEXT

Dit onderzoek werd uitgevoerd in vier steden: Antwerpen, Leuven, Mechelenen Oostende. In dit rapport presenteren we de synthese van deze onderzoeken. Wat leren ons de ervaringen en vaststellingen uit deze vier Vlaamse steden over de bestuurskundige en beleidsmatige context voor het werken met een stadsmonitor in Vlaamse steden?

Het rapport over spoor 2 bestaat uit drie delen.

In deel I kaderen we het hele onderzoek in een theoretisch raamwerk: we formuleren onze onderzoeksdoelstellingen, geven aan binnen welke wetenschappelijke tradities we ons plaatsen en hoe we hebben gewerkt.

In deel II hebben we onze bevindingen gebundeld: dat is het analytische deel van het rapport, waarin we de stadsorganisaties hebben uiteengelegd, als het ware gedeconstrueerd. Bij die deconstructie gebruiken we drie grote sets van kenmerken die ons, gaandeweg, het meest geschikt leken om de vele bevindingen te ordenen. We denken dat de relatie tussen stadsmonitor en de bestuurskundige en beleidsmatige context in stadsorganisaties het meest adequaat wordt gevat door aandacht te schenken aan de structuur van de organisatie, aan de omgevingsgerichtheid en aan de beleidsvorming in de organisatie. We leggen deze begrippen in deel I uit. We beschrijven telkens op een dubbel niveau: wat stellen we vast in de vier steden en wat verklaart mogelijkerwijze deze vaststellingen? Die verklaringen benoemen we als ’beïnvloedende factoren‘.

Deel II is het analyserend deconstrueren, deel III is het synthetiserend reconstrueren. Hier bundelen we de bevindingen. Wat hebben we nu, alles overschouwend, geleerd over de stadsorganisaties in hun houding, gedrag en organisatie ten opzichte van een instrument als de stadsmonitor? Wat zou de impact kunnen zijn van de stadsmonitor op de stadsorganisaties en omgekeerd: wat zou de impact kunnen zijn van de stadsorganisaties op de stadsmonitor?