De Vlaamse Regering stelt jaarlijks het trekkingsrecht vast. Voor het Stedenfonds wordt jaarlijks in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap een vastleggingskrediet ingeschreven, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan het vastleggingskrediet van het vorige jaar, aangepast met een evolutiepercentage. Vanaf het begrotingsjaar 2005 bedraagt het evolutiepercentage 3,5 %.
Van het vastleggingskrediet wordt enerzijds tien procent voorafgenomen als trekkingsrecht voor de VGC, anderzijds 700.000 euro voor vorming, sensibilisering en communicatie.
Voor het bepalen van de trekkingsrechten van de 13 steden wordt een onderscheid gemaakt tussen Antwerpen en Gent en de andere steden. Van het vastleggingskrediet, verminderd met voornoemde voorafnames, wordt drie vierde gereserveerd voor Antwerpen en Gent. De resterende middelen zijn bestemd voor de overige 11 steden. De middelen worden proportioneel verdeeld op basis van de recentste bevolkingsgegevens van ADSEI (= het vroegere NIS).
Verdeling trekkingsrechten 2003 Verdeling trekkingsrechten 2004 Verdeling trekkingsrechten 2005 Verdeling trekkingsrechten 2006 Verdeling trekkingsrechten 2007 Verdeling trekkingsrechten 2008 Verdeling trekkingsrechten 2009 Verdeling trekkingsrechten 2010