2007 Categorie 1: Kortrijk:"Pilootproject wijkgerichte aanpak: Sint-Denijsestraat" (125.000 euro)
2007 Categorie 2: Kortrijk: "Commerciële innovatie in een stedelijk weefsel" (25.000 euro)
2007 Categorie 3: Genk: Project ‘Winnie-tooh' (15.000 euro)
Categorie 1: Kortrijk:"Pilootproject wijkgerichte aanpak: Sint-Denijsestraat"
In het kader van de beleidsovereenkomst Stedenfonds 2003 - 2007 was het in Kortrijk één
van de doelstellingen om de leefbaarheid in de buurten en de wijken te versterken. Daarbij werd een methodiek ontwikkeld voor een wijkgerichte aanpak waarbij het de bedoeling is om via hoofdzakelijk fysieke ingrepen een wijk op te tillen tot het gemiddelde niveau van Kortrijk. Het stadsbestuur koos ervoor deze methodiek eerst toe te passen op de omgeving van de Sint-Denijsestraat. De geselecteerde buurt bevat 1/10 de van de Kortrijkse inwoners en heeft een sociale mix van inwoners. De buurt ligt geörienteerd als een taartstuk ten zuiden van het centrum van Kortrijk. De allereerste stap in het project was het invoeren van een nieuw stedenbouwkundig reglement in verband met het opsplitsen van woningen, hierdoor konden geen studentenkoten of logementshuizen meer bijkomen. Daarnaast werd tegelijk, in de wijk een parkeerstudie uitgevoerd. Op zeer korte termijn werden ingrepen op het openbaar domein op elkaar afgestemd, zodat er veel ingrepen op een korte termijn van vier jaar konden gebeuren. Zo werd frustratie rond het fysieke weggenomen en werd er een nieuwe sfeer gecreëerd.
Categorie 2: Kortrijk: "Commerciële innovatie in een stedelijk weefsel"
In 2004 ontwikkelde de stad Kortrijk, in samenwerking met Syntra West en de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen (POM), het ondernemerscentrum Kortrijk met als doelstelling het ondernemerschap in een stedelijk weefsel een nieuwe impuls te geven. Dit door onder andere aan de hand van concrete acties en projecten (startende) ondernemers te stimuleren om op een kritische, creatieve en vernieuwende manier na te denken over hun stad en hun eigen zaak. Immers, net zoals in andere centrumsteden, wordt ook Kortrijk geconfronteerd met een tanende economische activiteit. De combinatie van onder meer milieuverordeningen, mobiliteitsproblemen, vergrijzing van de bevolking en, niet in het minst van een wijzigend consumentengedrag, heeft de economische attractiviteit aangetast. Mede daardoor staan jongeren eerder negatief tegenover ondernemen, kunnen startende zelfstandigen afgeschrikt worden om zich te vestigen in een stadscentrum en twijfelen gevestigde ondernemers vaak om hierdoor op een creatieve manier te innoveren. Binnen dit kader ontwikkelden de stad Kortrijk en het Ondernemerscentrum het project "Commerciële innovatie in het stedelijk weefsel". Innovatie wordt in de toekomst een uitdaging van formaat om op een succesvolle manier te kunnen deelnemen aan de hedendaagse economie. Dit geldt des te meer voor kleinere KMO's en handelaars die omwille van diverse redenen soms moeilijk tot innovatie komen. Dit project wil net deze doelgroep, die van levensbelang is voor het stedelijke weefsel, stimuleren om ook innoverend te gaan denken en handelen.
Categorie 3: Genk: Project ‘Winnie-tooh'
Winnie-tooh is een kinderdagverblijf dat in2007 een erkenning kreeg voor 24 plaatsen. De initiatiefnemer van Winnie-tooh was het Wijkplatform van het Winterslagse wijkontwikkelingsgebeuren. Vele jonge moeders signaleerden immers de nood aan flexibele occasionele en reguliere kinderopvang voor de jongste kinderen. De beschikbaarheid van kinderopvang werd daarbij als een sleutelfactor beschreven om een deelname aan vormingscursussen, inburgeringstrajecten, opleiding maar ook participatie aan de arbeidsmarkt, pedagogische programma's en/of schoolgroepen al dan niet mogelijk te maken. Vanuit het wijkplatform werd een initiatiefgroep opgericht die alle aspecten (inclusief beheer, bouwdossier, erkenning) van het kinderdagverblijf zou opnemen. Via gerichte werving, toeleiding, bekendmaking en contacten vormde zich een dragende groep van 15 personen, waarvan de meeste wijkbewoners en een kleine helft moeders van Turkse en Marokkaanse origine. Deze groep heeft zich later omgevormd tot een vzw, waarbij alle allochtone vrouwen deel bleven uitmaken van het bestuur en slechts gericht additioneel een paar personen toetraden met specifieke beheerscompetenties. Deze vzw werd een zeer intensief werkende "dragende groep" die erin slaagde een multicultureel kinderdagverblijf voor en door de buurt in al zijn aspecten uit te bouwen.