afdrukken

Indicatoren

Van visie naar indicatoren

Het ontwerpen van de indicatoren gebeurde, net als voor de visiematrix, op een participatieve manier. De Stadsmonitor is dus dankzij en doorheen vele discussies met allerlei betrokkenen opgebouwd. De clusters van de activiteiten en de principes hebben daarbij als basis gediend om een explosie van indicatoren te vermijden.

Per cluster werd gezocht naar een set van gewenste indicatoren, waardoor het thema meetbaar werd. Telkens werd op zoek gegaan naar de meest gewenste of ideale indicatoren. Pas achteraf werd nagegaan of voor deze indicatoren ook cijfers beschikbaar waren. Vaak gebeurt in de praktijk het omgekeerde: vanuit de beschikbare cijfers worden indicatoren ontworpen (data-driven).

Als voorbeeld een rijcluster uit het activiteitendomein ’wonen‘. De cluster ’kwaliteit van de woonomgeving‘ bundelt 5 intenties of doelstellingen rond wonen:

  • De kwaliteit van de woonomgeving (wijk/buurt) wordt verbeterd door te werken aan het straatbeeld, de aanwezigheid en toegankelijkheid van groen-, speel- en buurtvoorzieningen, verkeersleefbaarheid en veiligheid.
  • De kwaliteit van ontmoetingsmogelijkheden in de buurt laat menselijk contact toe in al zijn diversiteit (zowel met bekenden als vreemden).
  • De ruimte voor wonen wordt zorgvuldig gebruikt met het oog op een gedifferentieerde dichtheid van het stedelijk wonen. De densiteit doet geen afbreuk aan leefbare woonkwaliteit.
  • In de stad worden woontypologieën ingepast in het karakter van de omgeving.
  • In stadsbuurten is de woonomgeving (zowel onbebouwd gedeelte op privé-domein, als de semi-publieke en de openbare ruimte) multifunctioneel.

De vele besprekingen resulteerden in een 60-tal rij- en kolomclusters waaraan meer dan 600 indicatoren werden gekoppeld. Op basis van 4 criteria werd een selectie gemaakt van te ontwikkelen indicatoren:

  • Relevantie: de indicator dient een zeer duidelijk verband te hebben met een thema uit de visiematrix.
  • Interpreteerbaarheid: enkel indicatoren, die zonder veel interpretatieprobleem de richting van meer leefbaarheid en duurzaamheid aangeven, werden opgenomen.
  • Prioriteit voor indicatoren die verband houden met meerdere activiteitsdomeinen.
  • Voorkeur voor indicatoren die de activiteiten raken van veel actoren in de stad gezien hun strategisch karakter.

Veel overleg, wikken en wegen, resulteerden in een set van circa 190 indicatoren. Veel meer dan de 100 die aanvankelijk waren voorop gezet. De complexiteit van het begrip ’leefbare en duurzame stad‘ kan de uiteindelijke selectie wel verantwoorden.