Samenstelling, aanpak en organisatie visitatie 2011
De visitaties werden uitgevoerd door externe visitatiecommissies die bestonden uit acht tot tien personen. Het voorzitterschap en de gespreksleiding waren alternerend in handen van prof. dr. Herwig Reynaert (hoogleraar en decaan aan de Universiteit Gent) en prof. dr. Arno Korsten (bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland).
De voorzitters werden bijgestaan door een coördinatieteam van IDEA Consult en door thematische experten uit academische kringen en ervaringsdeskundigen uit de andere centrumsteden. Vertegenwoordigers van het team Stedenbeleid en van het Kenniscentrum Vlaamse steden woonden de visitaties bij als waarnemer.
Uitgangspunten voor de visitatiecommissie waren:
- voortbouwen op de methodiek die door de visitatiecommissie van 2005 werd gehanteerd, wetende dat de effecten van het Stedenfonds inmiddels over een langere periode waarneembaar zijn;
- nastreven van een inhoudelijke meerwaarde voor de stadsbesturen en het Vlaamse stedenbeleid. De visitatiecommissie wil meedenken met de stadsbesturen over het aanpakken van actuele maatschappelijke uitdagingen, alsook over het inzetten van het Stedenfonds als hefboom voor stedelijke ontwikkeling;
- hanteren van een open dialoog en een participatieve en integrale procesvoering. Daarbij is het perspectief op leren en verbeteren gericht, worden inzichten van diverse stakeholders gecombineerd en worden thema’s besproken vanuit een multisectorale invalshoek.
Aan elke visitatie ging een grondige voorbereiding vooraf. De stadsbesturen stelden enerzijds een voortgangsrapport op, waarin ze reflecteerden (evolutie van de effecten) en rapporteerden (behalen van de doelstellingen) over de beleidsovereenkomst. Daarnaast brachten de besturen themapapers in over gekozen maatschappelijke thema’s (zie verder). Daarin maakten ze duidelijk hoe ze een bepaalde maatschappelijke uitdaging aanpakten, op welke grenzen ze stootten en welke onderwerpen ze met de visitatiecommissie wilden bespreken. Aanvullend op die voorbereiding vanuit de stadsbesturen, hadden leden van de visitatiecommissie ook een voorbereidend gesprek met private stakeholders rond de gekozen maatschappelijke thema’s (stakeholdersgesprekken).
De visitatiebezoeken aan de steden verliepen volgens een vast gespreksschema. Per stad werden de volgende thema’s behandeld:
- aspecten van strategische organisatie, in het bijzonder de bestuurlijke organisatie, de strategische planning, de verhoudingen tussen politiek en administratie, en de relatie tussen het stadsbestuur en de samenleving;
- de maatschappelijke effecten en de strategische doelstellingen die het stadsbestuur voorop stelde in de beleidsovereenkomst 2008-2013. Zoals hierboven al werd gesteld, was de evaluatie van de beleidsovereenkomst het centrale opzet van de visitatie.
- het Stedenfonds als instrument voor stedenbeleid. De Vlaamse overheid wil namelijk deze visitatieronde aangrijpen om het instrument Stedenfonds te optimaliseren en zo mogelijk het hefboomkarakter ervan te versterken;
- een of twee maatschappelijke uitdagingen, gekozen uit een lijst van tien thema’s, die de stadsbesturen in overleg met het Kenniscentrum Vlaamse steden en de Vlaamse overheid had opgesteld. Daarbij dienden de steden minstens een van de volgende drie thema’s te kiezen: kansarmoede in de stad: hefbomen, tools en kansen voor de stad; kindvriendelijkheid als toets voor een open, toegankelijke en aangename stad voor iedereen; de strategische organisatie van stadsbesturen.
- Naast het eerste thema, konden de stadsbesturen nog een tweede thema selecteren uit een gemeenschappelijke lijst.
De eerste drie agendapunten (strategische organisatie, beleidsovereenkomst en Stedenfonds) werden doorgaans voor de middag besproken met de burgemeester en schepenen, aangevuld met leden van het managementteam. De themasessies vonden na de middag plaats en werden gehouden met ambtenaren en medewerkers (bij uitzondering was er ook deelname van politici). Door die verschillende samenstelling kon de visitatiecommissie luisteren naar de zienswijze van mensen op verschillende posities in de organisatie.
De visitatiecommissie heeft per centrumstad en voor de VGC een individueel rapport opgemaakt. Elk van de rapporten bevat een situering van de visitatie, het verloop van de visitatie, bespreking van de effecten in de beleidsovereenkomst, reflectie over het stedenfonds als instrument, bespreking van de thema’s en een besluit van de visitatiecommissie.
Naast de individuele rapporten per stad werd een syntheserapport opgesteld. Het eerste hoofdstuk geeft een korte situering van de visitaties: de uitgangspunten, de voorbereiding, het procesverloop en de rapportage. In een aparte paragraaf wordt stilgestaan bij de positieve ervaringen en de leerpunten in de aanpak. In het tweede hoofdstuk reflecteert de visitatiecommissie over het Stedenfonds als instrument voor het Stedenbeleid. Hoe wordt het fonds door de stadsbesturen ingezet en ervaren? Brengt het de verhoopte meerwaarde? Zijn eventuele bijsturingen gewenst of moet het worden opgeheven? Het derde hoofdstuk gaat in op de thema’s en uitdagingen die tijdens de visitaties werden behandeld. Het beschrijft hoe de stadsbesturen er mee omgaan en op welke grenzen ze stoten. Daarnaast maakt de commissie een aantal vaststellingen bij de manier waarop de stadsbesturen actueel zijn georganiseerd. In het vierde en het vijfde hoofdstuk werkt de commissie twee thema’s uit die aansluiten bij de belangrijkste gespreksonderwerpen die door de stadsbesturen werden gekozen voor de visitatie. ‘Betaalbaar wonen’ is voor vele stadsbesturen een belangrijk objectief met het oog op het aantrekken van jonge gezinnen. Daarnaast stelt het organiseren van transversale speerpunten elk bestuur voor belangrijke organisatorische vraagstukken.
Mevrouw Freya Van den Bossche, Vlaams minister van Steden, heeft de visitatierapporten op vrijdag 9 december 2011 bezorgd aan de Vlaamse Regering. Zij zal deze rapporten tevens mededelen aan het Vlaams Parlement met het oog op een debat in het voorjaar 2012 over de resultaten en de aanbevelingen van de visitatiecommissie.